Tel per rij het aantal staanderframes en trek er één af: dat is het aantal velden in die rij. Tel de rijen bij elkaar op en noteer de uitkomst per stellingtype. Liggerniveaus telt u niet als aparte velden; die vermeldt u los, samen met de hoogte. Een goede schatting is voor een aanvraag voldoende.

Waarom wordt er naar het aantal velden gevraagd?
Bij een stellinginspectie wordt de stelling vak voor vak beoordeeld. Het aantal velden zegt daarom veel over hoeveel tijd een beoordeling vraagt, en daarmee ook over de prijs. Hoe dat doorwerkt, leest u bij de kosten van een stellingkeuring. Het aanvraagformulier vraagt zelf alleen om de grootte van het magazijn in vierkante meters; het aantal velden kunt u kwijt in het vrije tekstveld. Dat is niet verplicht, maar het maakt de aanvraag een stuk concreter.
De begrippen: veld, rij, staanderframe en niveau
Voor stalen opslagsystemen bestaat een Europese terminologienorm, EN 15878. In de dagelijkse praktijk lopen de woorden toch door elkaar: de ene leverancier spreekt van een sectie, de andere van een veld of een vak. Voor het tellen houdt u deze betekenissen aan:
| Begrip | Wat u ziet | Telt u het? |
|---|---|---|
| Staanderframe | Twee staanders (de verticale geperforeerde profielen) die met schoren tot één frame zijn verbonden | Ja, als hulpmiddel |
| Veld, sectie of vak | De ruimte tussen twee naast elkaar staande staanderframes, over de volle hoogte | Ja, dit is de telling die u doorgeeft |
| Rij | Een reeks aan elkaar gekoppelde velden langs een gangpad | Ja |
| Liggerniveau | Een paar liggers op dezelfde hoogte binnen een veld | Niet als veld; wel apart noteren |
Gebruikt uw leverancier of inspectiepartner andere woorden, dan is dat geen probleem. Belangrijker is dat u in de aanvraag zegt hoe u heeft geteld, bijvoorbeeld: “velden tussen twee staanderframes, liggerniveaus niet meegeteld”.
Zo telt u in vijf stappen
- Pak een plattegrond of maak een schets. Teken per hal of ruimte de rijen met een streep en geef ze een nummer of letter. Staat er al een rijcodering op de stellingen, gebruik die dan.
- Tel per rij de staanderframes. Loop het gangpad af en tel de frames op vloerhoogte. Dat gaat sneller dan vakken tellen, zeker als de stelling vol staat.
- Trek er per rij één af. Een doorlopende rij heeft altijd één veld minder dan staanderframes. Wordt een rij onderbroken door een doorgang, tel de delen dan los.
- Noteer dubbele rijen als twee rijen. Staan twee rijen rug aan rug, dan telt u beide kanten als aparte rij en zet u erbij dat het een dubbele rij is.
- Maak het per stellingtype op. Houd palletstellingen, legbordstellingen en draagarmstellingen gescheiden en noteer per type ook het aantal liggerniveaus en de hoogte van de hoogste stelling bij benadering.
Rekenvoorbeeld
Een rekenvoorbeeld, geen praktijkcase: in een hal staan vier enkele rijen palletstelling, elk met 13 staanderframes. Per rij zijn dat 13 − 1 = 12 velden, samen 4 × 12 = 48 velden. Daarnaast staan er twee dubbele rijen rug aan rug met elk 9 staanderframes per kant. Dat zijn vier rijen van 8 velden, samen 32 velden. In totaal noteert u:
- Palletstelling, hal 1: 8 rijen, waarvan 4 enkel en 4 als twee dubbele rijen
- Aantal velden: 48 + 32 = 80
- Ongeveer 4 liggerniveaus, hoogste stelling circa 6 meter
Met deze drie regels in het vrije tekstveld heeft de inspectiepartner direct een duidelijk beeld van de omvang.
Twijfelgevallen in de praktijk
- Een doorgang of onderdoorrit in de rij. Tel de velden aan weerszijden los en noteer de doorgang apart, zodat duidelijk is dat de rij daar onderbroken is.
- Een losse stelling van één of twee velden. Tel die gewoon mee als eigen rij. Kleine stellingen tegen een wand of in een hoek worden bij een telling vaak vergeten.
- Legbordstellingen. Het principe is hetzelfde: tel de vakken tussen de staanders per rij. Legborden telt u niet als aparte velden; vermeld wel ongeveer hoeveel legborden er per vak zijn.
- Draagarmstellingen. Tel hier de kolommen per rij en vermeld of de stelling enkel- of dubbelzijdig is. Beschrijf daarnaast wat er wordt opgeslagen, bijvoorbeeld buizen of plaatmateriaal.
- Bordessen en entresolvloeren. Die laten zich niet goed in velden uitdrukken. Geef de oppervlakte in vierkante meters bij benadering op en meld of er stellingen op of onder de vloer staan.
- Inrijstellingen en verrijdbare stellingen. Noteer het type en beschrijf de opstelling, bijvoorbeeld het aantal inrijgangen of het aantal verrijdbare onderstellen. De inspectiepartner vraagt zo nodig door.
Wat de telling niet zegt
Het aantal velden beschrijft alleen de omvang. Het zegt niets over de staat van de stelling of over de toegestane belasting. Die staat op het belastingbord en wordt bij de inspectie door een deskundige beoordeeld. Ziet u tijdens het tellen schade, zoals een verbogen staander of een ontbrekende borgpen, noteer dan waar dat is en meld het in uw aanvraag. Wat u in de tussentijd doet, leest u bij aanrijdschade aan een magazijnstelling.
Wat is wet, norm en praktijkadvies?
De telmethode op deze pagina is praktijkadvies. Artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit regelt dat arbeidsmiddelen waar nodig worden gekeurd door een deskundige en dat de bewijsstukken daarvan aanwezig zijn, maar schrijft niet voor hoe u stellingen telt of wat u bij een aanvraag aanlevert. EN 15878 legt termen en definities voor stalen opslagsystemen vast; de vereenvoudigde omschrijvingen in de tabel hierboven zijn bedoeld als hulpmiddel bij het tellen en zijn geen citaat uit die norm. Meer over de achtergrond leest u in Arbobesluit artikel 7.4a en NEN-EN 15635.
Zo werkt het via VeiligeMagazijnen.nl
VeiligeMagazijnen.nl is een kennisplatform en voert zelf geen keuringen uit. Uw aanvraag gaat naar onze erkende inspectiepartner, die de stellinginspectie conform NEN-EN 15635 uitvoert en met u afstemt wat er precies wordt beoordeeld. Welke gegevens naast het aantal velden handig zijn, leest u in een stellinginspectie aanvragen: welke gegevens verzamelt u vooraf. Twijfelt u over de juiste term in uw aanvraag, zie dan stellingkeuring of stellinginspectie.